Solliciteer

De Telegraaf, Léon de Kort

Jeugd beweegt steeds slechter 

AMSTERDAM | De jeugd heeft de toekomst, maar niet als een onderzoek aantoont dat ruim een kwart van de basisschoolleerlingen in ons land een gebrekkige bewegingsvaardigheid en ondermaatse motoriek heeft. En dan te bedenken dat er net een campagne (‘Gezonde Generatie’) nieuw leven is ingeblazen door twintig goede doelen en NOC*NSF, met als inzet Nederland in 2040 ’s werelds gezondste natie te laten zijn.

,,De toestand is echt zorgwekkend’’, verzekert dr. Sanne de Vries, een autoriteit op het gebied van jeugd en bewegen, verwijzend naar de uitkomsten van de zogeheten MQ Scan. Dat is een testmethode die laat zien hoe het met de motoriek van een kind is gesteld. Meer dan 70.000 leerlingen in het lager onderwijs (428 scholen) zijn afgelopen jaar de revue gepasseerd door het afleggen van een parcours met vijf tot zeven onderdelen; daarbij blijkt in de groep van vier- tot zesjarigen 28 procent onder het landelijk gemiddelde scoort. In de categorie van kinderen tussen zes negen jaar is dat nog een procent hoger (29), terwijl van de oudste groep (9-12 jaar) 25 procent niet aan een voldoende komt. ,,Het gaat erg de verkeerde kant op’’, aldus De Vries, die refereert aan de cijfers van het eerste meetmoment van MQ Scan , drie jaar geleden. Toen zaten 23,5 procent van de kinderen onder de gewenste norm.

In 2019 is op 428 basisscholen in Nederland met de MQ Scan de motorische vaardigheden van ruim 70.000 kinderen gemeten. De scan is ontwikkeld door De Haagse Hogeschool, Vrije Universiteit Amsterdam en Athletic Skills Model.

,,Deze coronatijd zorgt ervoor dat er weinig aan wordt gedaan, al zijn er gemeenten die een positieve uitzondering vormen (zie kader Almere). Je ziet dat andere vraagstukken of doelgroepen in de samenleving nu eerder prioriteit krijgen dan het probleem van de steeds verder afnemende bewegingsvaardigheid en motoriek van de jeugd. Het gaat nu om de ouderen en om het reguliere onderwijs weer op gang te brengen. Daarbij ligt de nadruk op taal en rekenen, terwijl veel leerlingen een achterstand hebben qua bewegen. Het was al een vooruitgang toen de politiek in 2018 een wet aannam die bepaalde dat er op de lagere scholen minimaal twee uur per week gymles moet worden gegeven. Dat heeft voor een lichte verbetering gezorgd, maar nu is het opnieuw onder aan de lijst beland.’’

Een slechte zaak, vindt ook Ziggy Tabacznik, directeur van MQ Scan. ,,Dit is het moment in actie te schieten, op adequate manier te reageren op deze alarmerende statistieken. Kinderen spelen minder buiten, zitten steeds langer achter beeldschermen, en worden bovendien met de auto of per bakfiets naar school of waar dan ook heen gebracht. En dan is er nog de gymles waar dikwijls weinig aandacht aan wordt geschonken. Al die zaken leiden ertoe dat de motoriek zich niet blijft door-ontwikkelen.’’

De Vries is blij dat er dankzij MQ Scan zeer waardevolle data beschikbaar zijn: ,,We kunnen intussen steeds harder bewijs overleggen dat motorische vaardigheden en bewegen effect hebben op gezondheidsaspecten. Kinderen die op jonge leeftijd betere vaardigheden hebben en motorisch het beter doen, bewegen meer; maar ook later blijken ze beter te doen op het gebied van algemene fitheid, zijn er minder problemen met overgewicht, en is er sprake van hoger sociaal en emotioneel welbevinden, oftewel meer plezier in het leven. Er zijn ook voorzichtige relaties te zien tussen gezondheid en leerprestaties of welke baan je krijgt, aldus de lector aan de Haagse Hogeschool.

Kortom, wat haar en Tabacznik betreft, wordt het tijd dat ‘Den Haag’ onderhand met wat meer daden dan woorden op de proppen komt. In 2018 lanceerde de regering het Nationaal Sportakkoord waarin zes ambities zijn vastgelegd. Nummer vijf is letterlijk: ‘Van jongs af aan vaardig in bewegen’. ,,Kennelijk zijn er nog niet genoeg mensen van doordrongen dat meer en gevarieerd bewegen, plus de motoriek stimuleren zo belangrijk zijn voor de kinderen om een goede start te krijgen. Als alleen de gezondheidsprofessionals er aandacht voor hebben, gebeurt er te weinig’’, weet De Vries.

Louis van Gaal: ‘Oplossingen liggen in lager onderwijs’

Het tweetal weet zich gesteund door niet de minste pleitbezorger van een goed bewegende en gezonde jeugd. Louis van Gaal volgde ooit de opleiding tot gymleraar. ,,Het is nu het juiste moment om oplossingsgericht te denken. In deze bizarre tijden van het coronavirus worden wij weer geconfronteerd met allerlei onderhuidse ziekten die het verloop van het herstel na besmetting van het Coronavirus negatief hebben beïnvloed. Laat het nieuwe normaal niet de anderhalvemeter-samenleving worden, maar een samenleving waarbij sportief gedrag in allerlei opzichten een belangrijke rol gaat spelen. Sportief gedrag wordt onderwezen in het lager onderwijs. Daar wordt onder andere de basis gelegd voor goed leren bewegen, de motoriek, maar wordt ook kennis vergaard over voeding. Daar liggen de oplossingen voor de structurele aanslagen op onze gezondheidsstructuur.’’

Almere scoort uitstekend

Met een gedegen aanpak en meer aandacht voor bewegingsonderwijs dan alleen tijdens gymlessen op de basisschool bewijst de gemeente Almere al vijf jaar dat de motoriek van kinderen flink kan worden verbeterd. De leerlingen scoren gaandeweg boven het landelijk gemiddelde in de MQ Scan. „Wij proberen kinderen mee te geven dat sport tot plezier leidt, waardoor ze er actiever in worden en een positief beeld krijgen van bewegen. Zo ontdekken kinderen hun eigen beweegtalent, wat weer kan leiden naar (top) sport of een leven lang plezier in bewegen”, zegt André Kemper, projectadviseur van het Almere Kenniscentrum Talent. Behalve de verplicht gestelde twee uur gymles op elke lagere school in Almere wordt er ook een naschools programma georganiseerd, met inzet van vakdocenten. Kemper: „Alle grondvormen van bewegen komen aan de orde. Op die manier stimuleren wij een breed motorische ontwikkeling. Daarnaast faciliteren en subsidiëren wij vanuit de gemeente de opleiding Athletic Skills Model. Zo betrekken we sportverenigingen, buurtsportcoaches en de vakdocenten bewegingsonderwijs er actief bij en maken we ze er bewust van hoe ze ook naar de beweegvaardigheden kunnen kijken.”